Zoltán Kodály (1882-1967)
Dansen uit Galánta (1933)
'Galánta is een klein Hongaars marktplaatsje bekend bij mensen die tussen Wenen en Budapest reizen. De componist heeft hier zeven jaar van zijn jeugd doorgebracht. Er bestond in die tijd in Galánta een beroemd zigeunerorkest, dat inmiddels is verdwenen. Hun muziek was de eerste 'orkestrale klank' die de jongen hoorde. De voorvaders van deze zigeuners waren al meer dan honderd jaar beroemd. Omstreeks 1800 werden er in Wenen enkele collecties Hongaarse dansen uitgegeven, waarvan er één muziek bevatte: '...van verschillende zigeuners uit Galantha'. Zij hebben de oude Hongaarse traditie bewaard. Met het oogmerk deze voort te zetten heeft de componist zijn belangrijkste thema's ontleend uit deze oude uitgaven.' Aldus schreef Zoltán Kodály in het voorwoord van zijn Galántai Táncok - Dansen uit Galánta.
In Galánta, waar zijn vader van 1885 tot 1892 stationschef was, kreeg Kodály zijn eerste muzikale indrukken. Thuis hoorde hij de Weense klassieken, op school zongen zijn medeleerlingen de oude Hongaarse boerenliederen en op de feesten en in de cafés van het dorp klonk de 'verbunkos'-muziek van de zigeuners. De volksmuziek - en dan vooral de muziek van de Hongaarse boeren - zou een blijvende en beslissende rol gaan spelen in de composities van Kodály. In 1900 schreef hij zich zowel in aan universiteit van Boedapest, waar hij Hongaars en Duits studeerde, als aan het Conservatorium waar hij compositielessen kreeg van Koessler. In 1905 ondernam hij, gewapend met een fonograaf, de eerste van een lange reeks tochten door Hongarije om de volksliederen van de plattelandsbevolking te verzamelen. Eind 1905 publiceerde hij het artikel 'Volksliedverzameling uit Mátyusfold' in het tijdschrift Ethnographia. Bartók las het en nam onmiddellijk contact op met zijn anderhalf jaar jongere collega, die hem inwijdde in de methodiek van het verzamelen van volksmuziek. Er ontstond een intensieve samenwerking en een levenslange vriendschap tussen beide componisten.
In de tijd dat Kodály begon te componeren werd de muziekcultuur van Midden-Europa gedomineerd door muziek van Wagner en de Weense klassieken. De kennismaking met de muziek van Debussy in 1907 bevrijdde Kodály van deze Duits-Oostenrijkse invloed en maakte dat hij zich volledig kon inzetten voor de ontwikkeling van een eigen, nationaal getint muziekidioom. Daarnaast ging hij verder met zijn etnomusicologische werk. Hij verzorgde menige uitgave van Hongaarse volksmuziek, schreef belangrijke artikelen en ontwikkelde een didactische muziekmethode voor basisscholen die in binnen- en buitenland werd ingevoerd. Als componist en als muziekdidacticus heeft Kodály de muziek van zijn land onschatbare diensten bewezen. In veel opzichten maakten hij en zijn landgenoot Bartók eenzelfde muzikale ontwikkeling door. Maar in tegenstelling tot Bartók was Kodály een componist die vooral op vocale muziek was georiënteerd, voor wie melodie altijd van primair belang was. Koorwerken maken het grootste deel uit van zijn oeuvre. De meeste van zijn orkestrale composities ontstonden in de jaren dertig. Van deze werken zijn de Dansen uit Galánta (voltooid in 1933) het populairst geworden.
Het meeslepende, briljante werk is geschreven in de vorm van een rondo, waarvan de vijf delen zonder onderbreking in elkaar overlopen. De majestueuze, langzame introductie (Lento) is het enige deel van het werk waarvan het thematisch materiaal niet is ontleend aan de zigeunermuziek. De belangrijkste bestanddelen van die inleiding zijn een heroïsch motief en mysterieus ruisend melodisch fragment. Een cadens van de solo klarinet vormt de overgang naar het eerste deel (Andante-maestoso) waarin het rondothema wordt gepresenteerd (voor het eerst door de klarinet). Het Allegretto moderato wordt gedomineerd door een dramatische en een smeltende melodie. Sterke dynamische contrasten en instrumentale tegenstellingen geven de muziek het karakter van een levendig vraag en antwoord spel. Het sprankelende van het hoofdmotief van het Allegro con moto, grazioso wordt versterkt door het gebruik van triangel en klokkenspel. Twee 'animato' episodes onderbreken de idyllische atmosfeer. De laatste twee delen zijn in feite een lange coda. Het vurige tempo wordt twee keer onderbroken door langzamer gedeelten met humoristische elementen (blèrende hoorns), waarna de dans nog sneller en feller wordt hervat tot hij uitmondt in een onstuitbare wervelwind barstensvol aanstekelijk dansplezier.
Kodály componeerde de Dansen uit Galánta ter gelegenheid van het
tachtigjarig bestaan van het Philharmonisch Orkest van Boedapest - het
oudste symfonieorkest van Hongarije.
Op 23 oktober werd het werk tijdens het galaconcert voor het eerst
uitgevoerd onder leiding van dirigent Ernst von Dohnányi.
Agnes van der Horst
|| Omhoog || Andere toelichtingen ||