Leos Janácek (1854-1928)
Taras Bulba, Symfonische rapsodie voor orkest (1915-18)
(Uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest in het Internet-concert van 3 april 1998)
In 1914 werd Tsjechië door het overheersende Oostenrijk betrokken in de Eerste Wereldoorlog om te vechten tegen Rusland. Veel patriottische Tsjechen die gedwongen werden mee te strijden in een oorlog die de hunne niet was, deden dat met grote tegenzin. Ze voelden zich als Slaven veel meer verwant met de Russen dan met de westerse Europese bondgenoten. Net als veel van zijn landgenoten zag ook de vurig nationalistische Tsjechische componist Janácek in Rusland de bevrijder van de westerse overheersing. Hij interesseerde zich sterk voor de Russische kunst en cultuur, leerde Russisch, richtte in 1897 in Brno de Russische Vereniging op en gaf zijn kinderen Russische namen. Behalve Taras Bulba, dat geïnspireerd werd door een roman van de Russische schrijver Gogol, componeerde hij meer werken gebaseerd op Russische literatuur. Zo ontstond de opera Kátja Kabánova naar aanleiding van een werk van Ostrovski, was Uit het Dodenhuis gebaseerd op een tekst van Dostojevski, het Eerste strijkkwartet op een novelle van Tolstoj en Pohádka (voor cello en piano) op een sprookje van Zjukovski.
Janácek toonde in de jaren van de Eerste Wereldoorlog zijn sympathie met de Russen en de Russische cultuur door zijn Symfonische rapsodie te baseren op de door Gogol opgetekende geschiedenis van de legendarische kozakkenleider Taras Bulba, die in 1628 een heldendood stierf in de strijd tegen de Polen. In deze heldenfiguur zag hij de personificatie van Rusland. Na voltooiing van het werk verklaarde hij aan een vriend het geschreven te hebben: 'Om de laatste woorden van de beroemde hoofdman van de Kozakken, Taras Bulba, die stervend op de brandstapel zei: "In de hele wereld zullen vuren noch martelingen sterk genoeg zijn om de kracht van de Russische natie te kunnen vernietigen." Later zou Janácek zeer teleurgesteld raken over de rol van Rusland ten opzichte van zijn land.
Het werk is opgebouwd uit drie delen. In het eerste deel, De dood van Andrej, wordt verhaald hoe Taras Bulba zijn eigen zoon doodde die uit liefde voor de dochter van de Poolse commandant, was overgelopen naar de vijand. In Ostaps dood wordt Bulba's tweede zoon voor zijn ogen omgebracht door de Polen. De muziek voor het derde deel werd geïnspireerd door het verhaal van de executie van Taras Bulba en zijn visioenen van de grote triomf en de glorierijke toekomst van zijn land.
Hoewel Taras Bulba een programmatische aanleiding heeft, net zoals de meeste instrumentale werken van Janácek, is het is niet zo dat het verhaal door het werk heen letterlijk te volgen is. De muziek is meer een schildering van stemmingen en emoties. In het eerste deel klinkt vooral de liefde van Andrej en zijn smartelijke dood door de hand van zijn eigen vader, een dood waarin hij berust. Het tweede deel is al heroïscher van toon, maar vooral heel dramatisch in de schildering van de spanning en angsten van Ostap (voortjagend ritmisch motief). De lieflijke folkloristische melodieën staan symbool voor het martelaarschap en de liefde voor het vaderland. Uit de muziek van het laatste deel weerklinkt vooral dramatiek, trots en triomf. Kenmerkend voor Janáceks stijl is de beknoptheid van de melodieën, de karakteristieke ritmiek en de vele tempowisselingen. Daardoor roept de muziek de suggestie op van een spannende vertelling. De instrumentatie van dit tweede symfonische gedicht van Janácek is bijzonder kleurrijk. Het is geschreven voor groot orkest met solopartijen van onder meer triangel, orgel, bekkens en klokkenspel.
Taras Bulba beleefde zijn eerste uitvoering in 1921 in het Nationale Theater in Brno.
Agnes van der Horst
|| Omhoog || Andere toelichtingen ||