Charles Ives (1974-1954)

Symfonie nr. 1, opus 8 (1895-98)


Charles Ives was een keurige Amerikaanse verzekeringsagent die in zijn vrije tijd volstrekt on-keurige, anarchistische en pluriforme muziek componeerde. Hij gebruikte daarbij heel vanzelfsprekend experimentele avant-gardistische technieken als polytonaliteit, citatenmuziek, aleatoriek, het tegelijkertijd (en onafhankelijk van elkaar) laten klinken van verschillende muzieken en atonaliteit nog voordat deze methodes en begrippen waren uitgevonden laat staan gesystematiseerd. Voor Ives was de toepassing van deze muzikale middelen de natuurlijkste zaak van de wereld. In zijn muziek bracht hij geen scheiding aan tussen 'kunstmuziek' en de muziek en/of de geluiden die hij dagelijks om zich heen hoorde. Zijn werk werd door het muzikaal provinciale Amerika van de laatste eeuwwisseling (waarin de muziek van Brahms beschouwd werd als het nieuwste van het nieuwste) dan ook volstrekt niet begrepen. Charles Ives' vaak excentrieke ideeën over muziek pasten niet in de traditie en de heersende opvatting over goede smaak van toen. Bovendien noteerde hij zijn muziek op nogal onorthodoxe wijze, stonden zijn partituren vol ongebruikelijke aanwijzingen, (soms humoristische) commentaren en opschriften, en waren zijn composities vaak uiterst complex en moeilijk uitvoerbaar. Pas in de jaren twintig werd zijn werk 'ontdekt' door een groep vooruitstrevende jonge componisten (waaronder Cowell en Copland). Ives werd hun grote voorbeeld, maar toen had deze het componeren al opgegeven uit teleurstelling over de vruchteloze pogingen zijn werk te laten uitvoeren. Pas op zijn 71ste hoorde Ives voor het eerst een door hem gecomponeerd orkestwerk uitgevoerd worden. Eén jaar later kreeg de bejaarde componist alsnog de prestigieuze Pullitzer Prize voor zijn Derde Symfonie. Maar voor Ives hoefde het niet meer: "Prijzen zijn voor kleine jongens...", zei hij, "...ik ben volwassen."

Ives kreeg zijn eerste muzieklessen (compositie en instrumentatie) van zijn vader die bandmaster (vergelijkbaar met dirigent van een fanfarecorps) was. Het liefst had hij verder gestudeerd bij Antonín Dvorak die in de jaren negentig van de vorige eeuw een tijd lang 'composer in residence' was in New York, maar tot zijn spijt vertrok de Tsjechische componist weer naar zijn vaderland. Het werd dus de universiteit van Yale waar Ives compositieleer volgde bij Sir Horatio Parker, een tamelijk conventioneel musicus. Hij liet hem eindeloze contrapunt oefeningen doen, tot ergernis van Ives die vond dat hij dat met zijn vader al uit en treure gedaan had.

Toen het zover was dat Ives een proefschift (in dit geval een compositie) moest gaan schrijven toonde hij Parker het eerste deel van zijn Eerste Symfonie in d dat hij twee jaar eerder had gecomponeerd. Parker was geschokt toen hij het stuk onder ogen kreeg: alleen al het eerste thema doorliep niet minder dan acht verschillende toonsoorten! Hij gaf Ives de opdracht het stuk te herschrijven, maar dit nieuwe eerste deel beviel de componist zelf niet. In mei 1898 had hij wel het tweede en derde en vierde deel van de symfonie gereed, gebaseerd op wat eenvoudiger materiaal. Deze delen vonden wel genade in de ogen van Parker. Op de titelpagina van de partituur die pas twintig jaar na zijn dood in druk verscheen schreef Ives in zijn bekende telegramstijl: "Symphony nr. 1 1897 2nd & 4th movement (& 3rd?) accepted as part of thesis, Parker course June 1898 - nót the first 1st movement composed over for Prof Parker (and not kept)."
Het is een klassiek werk, volgens de regels geschreven, maar het verraadt al de bonte kleurigheid van Ives latere, veel non-conformistischer werken.

Agnes van der Horst


|| Omhoog || Andere toelichtingen ||