Engelbert Humperdinck (1854-1921)

Hänsel und Gretel, opera in drie bedrijven (1893)

Humperdinck

Bij velen zal de naam Engelbert Humperdinck associaties oproepen met een Engelse popzanger die in de jaren zeventig menig (huis)vrouwenhart sneller deed kloppen met onsterfelijke hits als The last Waltz en Release me. Maar het is zijn ongeveer honderd jaar oudere, Duitse naamgenoot die in 1893 de al even onvergetelijke opera Hänsel & Gretel componeerde.

Engelbert Humperdinck werd in 1854 in Siegburg geboren en kreeg vanaf zijn zevende pianoles. Op zijn veertiende ondernam hij al pogingen om opera's en Singspiele te componeren en zijn leven lang zou hij zich vooral richten op vocale en theatrale werken. Hoewel Humperdinck weggelegd leek voor een carrière in de muziek, drongen zijn ouders erop aan dat hij architect werd - het wantrouwen van opvoeders jegens de artistieke ambities van hun kinderen is van alle tijden. Maar zoals dat gaat, sloeg de jonge Engelbert het goedbedoelde advies in de wind en vervoegde zich aan het Conservatorium van Keulen om compositie, cello, piano en orgel te studeren. Hierna vervolgde hij zijn studie in München, en nadat hij verschillende prijzen had gewonnen ging hij in 1880 naar Italië, waar hij Richard Wagner ontmoette.
Dit is een keerpunt in zijn leven, want Wagner vraagt zijn jongere collega hem te helpen met de voorbereidingen van zijn opera Parsifal, waartoe Humperdinck niet alleen de partituur kopieert, maar zelfs een stukje muziek schrijft voor het derde bedrijf - dit wordt er overigens later weer uitgegooid. Humperdinck kijkt huizenhoog op tegen Wagner, wiens sterke persoonlijkheid hem echter tegelijkertijd in de weg staat. Vertwijfeld schrijft hij in 1890 aan een vriend: 'Sinds ik bij Wagner in Bayreuth kwam is mijn eigen productie totaal stil komen te liggen. (...) Hoofdzaak is dat ik de weg terug vind naar mijzelf, nadat ik negen jaar van mezelf vervreemd ben geweest'.

In datzelfde jaar vraagt zijn zus Adelheid hem wat liederen te componeren bij een door haar geschreven toneelstukje, dat ze met haar kinderen wil uitvoeren tijdens de verjaardag van haar man. Humperdinck grijpt de gelegenheid met beide handen aan en stuurt haar per omgaande vier tweestemmige liederen, die in huiselijke kring zo'n succes oogsten dat besloten wordt het sprookje om te werken tot een Singspiel. Dit wordt het resultaat van noeste huisvlijt, want zo'n beetje de hele familie werkt eraan mee: Adelheids echtgenoot waakt over het poëtisch gehalte, vader Humperdinck houdt de dramaturgische ontwikkeling in de gaten, terwijl Adelheid nog verder de scherpe kantjes van Hans & Grietje afslijpt, om haar kinderen geen nachtmerries de bezorgen. De nare stiefmoeder verandert in een liefhebbende, maar door armoede geplaagde moeder, vriendelijke Zand- en Dauwmannetjes en engelen worden toegevoegd, terwijl op het eind het tuinhek van de verslagen heks tot leven komt in vrolijke koekkinderen.
Ook dit Singspiel, dat nog steeds voor kinderstemmen geschreven is en waarin ook gesproken dialogen voorkomen, wordt met groot enthousiasme ontvangen, zodat Humperdinck besluit er een echte opera van te maken, voor geschoolde zangers en groot orkest. Hiertoe moet hij de oorspronkelijke liederen ingrijpend bewerken, maar toch slaagt hij erin het volksliedachtige karakter ervan te handhaven. Dit koppelt hij aan de 'doorgecomponeerde' stijl van Wagner, waarbij de afwisseling tussen aria en recitatief vervalt en handeling en muziek als één geheel voortdurend blijven stromen. Door dezelfde motieven steeds in andere gedaantes en situaties te laten terugkeren ontstaat een grote samenhang, terwijl we ook de voor Wagner zo kenmerkende Leitmotive aantreffen, zij het minder stringent doorgevoerd en minder aan een persoon of idee gekoppeld.

Nog voor Humperdinck zijn sprookjesopera voltooid heeft, staan beroemde dirigenten en operahuizen in de rij om deze uit te voeren, waarschijnlijk doordat hij met dit werk een brug slaat tussen de hoogdravende, bovenmenselijke thematiek van Wagner en het kille realisme van het op dat moment gangbare Italiaanse verismo. Het opkomende burgerdom wil vertier zonder al te veel diepzinnigheid en de sprookjesopera lijkt het ideale vehikel om aan deze behoefte te voldoen. Het verhaal is makkelijk te volgen en ook de muziek, die gedeeltelijk op echte volksmelodieën is gebaseerd, ligt makkelijk in het gehoor. Niemand minder dan Richard Strauss dirigeert op 23 December 1893 in Weimar de première, waarna Hänsel & Gretel een ware triomftocht langs de Duitse- èn internationale operahuizen begint: het libretto wordt al snel in zeventien talen vertaald. Ook Strauss is bijzonder enthousiast en schrijft aan Humperdinck: 'Het is een meesterwerk van de eerste orde! (...) Welk een verfrissende humor, welk een kostelijk-naïeve lyriek, welk een kunst en verfijning in de behandeling van het orkest, welk een prachtvolle polyfonie - en alles origineel, nieuw en echt Duits! Mijn beste vriend, je bent een Meester!'
Nog steeds is Hänsel & Gretel één van de populairste Duitse opera's, die traditiegetrouw rond kerstmis wordt uitgevoerd en de harten van heel het gezin weet te beroeren.


Hans en GrietjeSynopsis

Eerste bedrijf  -  In het huis van bezembinder Peter
Hans en Grietje zijn zingend aan het werk. Hans krijgt steeds meer honger, maar Grietje troost hem met de gedachte dat de buurvrouw hen een kan melk geschonken heeft, waarvan moeder straks pap zal koken. Al snel vergeten de kinderen hun werk en gaan spelen en dansen. Maar dan komt moeder thuis, die de kinderen terechtwijst omdat ze zo lui zijn geweest. Hierbij stoot ze de kan melk om en in boze wanhoop stuurt ze Hans en Grietje naar het bos om bessen te plukken.
Dan komt vader zingend thuis, omdat hij voor het eerst in tijden goede zaken gedaan heeft. Hij heeft allerlei lekkers meegebracht en heeft ook goede vooruitzichten voor de toekomst. Van blijdschap danst hij met zijn vrouw door de kamer, maar als hij hoort dat zij de kinderen naar het bos heeft gestuurd, schrikt hij: diep in het woud woont immers een akelige toverheks. Angstig gaan de ouders op weg om Hans en Grietje te zoeken.

Tweede bedrijf  -  In het bos
Hans en Grietje hebben bosaardbeien geplukt, die Hans tot ontzetting van zijn zusje allemaal opeet. Het wordt donker, maar de kinderen weten de weg naar huis niet meer en worden bang. Het vriendelijke Zandmannetje strooit hen zand in de ogen, waarna de kinderen in slaap vallen en een wonderlijke droom krijgen: veertien engelen dalen een wolkentrap af en stellen zich beschermend om hen op.

Derde bedrijf  - Het huisje van de heks
Hans en Grietje worden gewekt door het Dauwmannetje en zien een snoephuisje staan. Terwijl ze hiervan snoepen, vraagt een stem: 'Knibbel, knabbel, knuistje, wie snoept er van mijn huisje?' 'De wind, de wind, het hemelse kind' antwoorden Hans en Grietje, maar dan komt de heks naar buiten en betovert hen. Ze stopt Hans in een kooi en neemt Grietje mee naar de keuken. Zich verkneukelend op de lekkere hapjes die haar te wachten staan, maakt de heks een dolle rit op haar bezem. Hans hoort dat ze van plan is hen op te eten en waarschuwt Grietje. Als de heks Grietje opdraagt iets uit de oven te halen, doet ze net alsof ze dat niet kan. Geïrriteerd doet de heks het voor, maar als ze zich vooroverbuigt duwen Hans, die zich uit zijn kooi heeft weten te bevrijden, en Grietje haar het vuur in. Met een luide knal explodeert de oven en op dat moment veranderen de koeken van het tuinhek in levende kinderen. Dan komen de ouders van Hans en Grietje, sluiten hun kinderen dankbaar in hun armen en zingen een danklied.


Thea Derks


|| Omhoog || Andere toelichtingen ||