Joseph Haydn (1732 - 1809)
Symfonie nr. 104, 'De Londense'
Van zijn negenentwintigste tot zijn achtenvijftigste was Joseph Haydn in dienst van de Hongaarse familie Esterházy. In het relatief afgelegen Eisenstadt en het nog meer geïsoleerde slot Esterháza, kon Haydn zonder invloeden van buitenaf werken aan zijn eigen stijl. Omdat Prins Nicolaas elke dag - liefst nieuwe - muziek wenste te horen, zag Haydn zich genoodzaakt aan de lopende band opera's, symfonieën en kamermuziek te componeren. Zijn taak was weliswaar zwaar, maar tegelijkertijd genoot hij een enorme vrijheid, omdat Nicolaas groot vertrouwen in zijn kunnen stelde. Haydn breidde het hoforkest uit tot vijfentwintig musici en experimenteerde naar hartelust. Tijdens de vele concerten kon hij direct in de praktijk toetsen of zijn invallen werkten. Naar eigen zeggen werd hij hierdoor als vanzelf 'origineel' - hij werd immers door niets en niemand afgeleid.
Toen vorst Nicolaas in 1790 overleed, werd hij opgevolgd door diens zoon Anton, die aanmerkelijk minder interesse in muziek had. Haydn bleef officieel in dienst, maar had nauwelijks iets te doen en verhuisde naar Wenen, waar hij zich als vrij kunstenaar vestigde. Prompt vroeg impresario Johann Peter Salomon hem om voor een serie concerten naar Londen te komen en Haydn nam de uitnodiging gretig aan. In het seizoen 1791 - 1792 werd hij in Engeland als held binnen gehaald en beleefde hij stormachtige successen met de eerste zes van zijn twaalf Londense symfonieën. In Wenen bleef men hem echter als een provinciale kapelmeester beschouwen, dus toen Salomon hem uitdnodigde voor een tweede reeks concerten in het seizoen 1794 - 1795, ging Haydn hier andermaal op in. Opnieuw beleefden zes symfonieën hun première en als laatste ging zijn Symfonie nr. 104, die zowel de bijnaam 'Londense' als 'Salomon' kreeg. Hierna zou Haydn zich niet meer aan dit genre wijden.
De symfonie opent statig met een fortissimo gespeelde, fanfare-achtige inleiding. Hieruit maken zich zachte, melancholieke strijkers los, die zorgen voor een getroubleerde sfeer. Dit spelletje van hard-zacht wordt een paar keer herhaald alvorens een eenzame hobo de overgang naar het snelle deel markeert. Hierin wordt het strijkersthema van kleine secunde en kleine terts in alle mogelijke variaties en instrumentaties 'doorgewerkt'. Het hierop volgende andante draagt een dansant karakter, met variaties op een thema dat sterk verwant is aan dat van het eerste deel. Haydn maakt hier veelvuldig gebruik van het Trugschluss - harmonisch en dynamisch wijst alles naar een einde, dat desondanks niet komt. Iets vergelijkbaars gebeurt in het menuet, waarin hij plotselinge stops inbouwt, zodat de verwachte noot niet komt. Een vrolijk dalend Croatisch volkswijsje vormt de basis van het laatste deel, waarbij zelfs de voor de volksmuziek zo kenmerkende bourdon - een steeds herhaalde toon - niet ontbreekt. Alsof Haydn zijn naam als 'verrassende componist' waar wilde maken, speelt hij ook hier met onze verwachtingen, voor hij zijn laatste symfonie met een heroïsch einde afsluit.
Thea Derks
|| Omhoog || Andere toelichtingen ||