Johannes Brahms (1833 - 1897)
Concert voor viool, cello en orkest in a,
opus 102 (1887)
(Uitgevoerd door het Radio Symfonie Orkest in het Internet-concert van 26 september 1998)
Jarenlang hadden Johannes Brahms en zijn vroegere vriend, de violist Joseph Joachim, geen woord met elkaar gewisseld. Brahms had tijdens de echtscheidingsperikelen tussen Joachim en zijn vrouw ostentatief partij gekozen, en wel voor de laatste. Hij stuurde haar een openhartige brief waarin hij haar zijn steun betuigde, en waarin weinig aardigs stond over Joachim, overigens niet voorziende dat deze brief tijdens de rechtszitting als bewijsstuk gebruikt zou worden. Joachim was furieus. In een pogen de oude vriendschapsbanden weer aan te halen schreef Brahms zijn Dubbelconcert als eerbewijs aan de violist. In juli 1887 schreef hij aan hem: 'Vereerde Joachim, schrik niet! Ik heb steeds geprobeerd het uit mijn hoofd te zetten, maar kon geen weerstand bieden aan de verleiding een concert te schrijven voor viool en cello. Wil je een proef ervan bekijken en de moeite nemen om het met Hausmann op speelbaarheid te testen?' Hausmann was de cellist van Joachims strijkkwartet en beide musici gaven graag gehoor aan Brahms' verzoek. 'Het stuk schijnt, na vluchtig doorspelen, levendig en verkwikkend!', schreef Joachim terug, 'Over het algemeen was alles zeer speelbaar.'
Toch is het voor solisten een niet echt dankbaar stuk om te spelen. De partituur bevat zeer veel virtuoze passages en moeilijke noten die echter als versiering dienen van de orkestpartij en waar dus weinig eer aan te behalen is. In Brahms' eigen kleine Hofkapelle van Meiningen, leverde dit misschien niet zoveel problemen op, maar met een groot symfonieorkest moeten de cellist en violist alle zeilen bij zetten om mooi te blijven spelen en toch gehoord te worden. Het werk is symfonisch van opzet - het zou bijna Brahms' Vijfde Symfonie genoemd kunnen worden - maar doet ook weer denken aan de sinfonia concertante-stijl uit de laatbarok. In het tweede thema van het eerste deel klinkt een verwijzing naar het Vioolconcert in a van Viotti, een lievelingswerk van zowel Brahms als Joachim. Het Andante is opgebouwd volgens de traditionele liedvorm. De solisten spelen het eerste thema unisono. Het tweede motief wordt door de blazers gespeeld, omspeeld en versierd door sierlijke figuraties in viool en cello.
Het derde deel heeft het vrolijke en energieke karakter van een rondo. De solisten kunnen in deze compositie vooral schitteren door toonvorming en mooi afgestemd samenspel, meer dan door virtuositeit. Hun partijen zijn nauw verweven met die van het orkest, maar ook in onderlinge afstemming vraagt dit werk eerder de instelling van een kamermusicus dan van een ster-virtuoos.
De eerste uitvoering met als solisten Joachim en Hausmann vond plaats in Keulen op 18 oktober 1887 onder leiding van de componist zelf. Het Dubbelconcert was Brahms' laatste, puur orkestrale werk.
Agnes van der Horst
|| Omhoog || Andere toelichtingen ||