Johannes Brahms (1833-1897)

Pianoconcert nr. 2 in Bes opus 83 (1881)

(Uitgevoerd door het Radio Symfonie Orkest in het Internet-concert van 14 maart 1998)

Tussen 1877 en 1879 bracht Brahms zijn lentes en zomers door in het mooie Pörtschach aan de Wörthersee in Zuid-Oostenrijk. In 1878, na zijn eerste reis door Italië, ontstonden daar de eerste invallen en thema's voor het Tweede pianoconcert. Maar het uitwerken van die invallen werd tijdelijk onderbroken door het componeren van het Vioolconcert. Pas in 1881 voltooide Brahms het Tweede pianoconcert, het werk dat hij met zijn bekende gevoel voor understatement aan zijn goede vriendin Elizabeth von Herzogenberg beschreef als 'een piepklein pianostukje, met een piepklein vleugje van een scherzo.'

Brahms' Tweede Pianoconcert is een van de omvangrijkste pianoconcerten uit de muziekgeschiedenis, een werk van symfonische proporties (het heeft niet, zoals gebruikelijk voor een concert, drie, maar vier delen) en brede gebaren. Toch kent het grootse en monumentaal opgezette werk ook onbekommerde en lichte momenten, wellicht veroorzaakt door de herinnering aan Italië en aan de weldadige de rust en het natuurschoon van zijn geliefde Pörtschach.

Behalve de vierdeligheid wijkt dit pianoconcert tevens af van de gangbare concerten door de rol van de solist. Het begint er al mee dat het werk wordt geopend, niet met een orkestrale inleiding, gevolgd door de presentatie van het thema door de solist, maar met een solo hoorn die, begeleid door de piano het hoofdthema presenteert.
Het innige Andante begint en besluit met een cellosolo. In dit deel, dat het karakter heeft van intieme kamermuziek, laat de klarinet, omspeeld door de piano, een melodie horen uit Brahms' lied Todessehnen dat, evenals de eerste ideeën voor het Tweede Pianoconcert, in 1878 in Pörtschach was ontstaan.

De pianopartij in dit concert is enorm, robuust en veeleisend, het instrument lijkt soms wel een tweede symfonieorkest. Veel oktaafverdubbelingen, gebroken akkoorden die zich uitstrekken over een groot deel van het klavier, en grote afstanden tussen hoog en laag met een sterke ruimtelijke werking. Hoewel Brahms steeds meer afkeer kreeg aan pianospelen in het openbaar, liever wilde hij op de achtergrond blijven om zich ongestoord door publieke optredens te kunnen wijden aan het componeren, heeft hij dit werk toch regelmatig zelf uitgevoerd. En aan de moeilijkheidsgraad van het concert is af te lezen dat Brahms zelf ook een uitstekend pianist moet zijn geweest.

Op 9 november 1881 bracht hij het Tweede pianoconcert in première in Boedapest en enkele maanden later (in januari 1882) speelde hij het werk in Felix Meritis in Amsterdam, waar het met grote bijval is ontvangen. Volgens Theodor Billroth, Brahms goede vriend en muziekkenner, wiens opinie over zijn werk Brahms zeer hoog achtte, stond dit Tweede concert, ten opzichte van het Eerste Pianoconcert uit 1859 als de volwassenheid tegenover de jeugd.

Agnes van der Horst


|| Omhoog || Andere toelichtingen ||